Wanneer krijgt een kind een cochleair implantaat?

Wanneer krijgt een kind een cochleair implantaat?

Een cochleair implantaat, vaak afgekort tot CI, kan een grote verandering betekenen voor een kind met ernstig gehoorverlies. Met een CI kan een kind geluid waarnemen wanneer een gewoon hoortoestel onvoldoende helpt. Maar wanneer komt een kind hiervoor in aanmerking? En hoe wordt bepaald of een cochleair implantaat de juiste oplossing is?

Wij leggen uit hoe dat proces meestal verloopt en waarom vooral de ernst van het gehoorverlies, de ontwikkeling van het kind en het effect van hoortoestellen een belangrijke rol spelen.

Wat is een cochleair implantaat?

Een cochleair implantaat is een elektronisch hoortoestel voor mensen met ernstig tot zeer ernstig gehoorverlies. Een gewoon hoortoestel versterkt geluid. Een cochleair implantaat werkt anders.

Het uitwendige deel van het CI vangt geluid op met een microfoon. De spraakprocessor zet dit geluid om in elektrische signalen. Deze signalen worden naar het geïmplanteerde deel van het systeem gestuurd. Vervolgens stimuleren elektroden in het slakkenhuis rechtstreeks de gehoorzenuw.

Een CI neemt daarmee een deel van de functie van beschadigde zintuigcellen in het binnenoor over.

Wanneer komt een kind in aanmerking voor een CI?

Een cochleair implantaat wordt meestal overwogen wanneer een kind ernstig of zeer ernstig gehoorverlies heeft en onvoldoende profiteert van krachtige hoortoestellen.

Het gaat dus niet alleen om de vraag hoeveel een kind hoort. Minstens zo belangrijk is wat een kind daadwerkelijk met hoortoestellen kan verstaan en hoe het gehoor de ontwikkeling beïnvloedt.

Bij jonge kinderen speelt bijvoorbeeld de ontwikkeling van spraak en taal een belangrijke rol. Wanneer een kind ondanks goed aangepaste hoortoestellen onvoldoende toegang heeft tot spraak en andere belangrijke geluiden, kan een CI worden overwogen.

De precieze criteria verschillen per kind en worden vastgesteld tijdens een uitgebreid onderzoek.

Eerst wordt gekeken wat hoortoestellen opleveren

Een cochleair implantaat is geen eerste stap bij ieder kind met gehoorverlies. Eerst wordt bekeken wat er met hoortoestellen mogelijk is.

Een hoortoestel kan geluid versterken en daarmee het aanwezige gehoor optimaal benutten. Wanneer een kind daarmee voldoende toegang heeft tot spraak en geluid, kan een hoortoestel de meest geschikte oplossing zijn.

Helpen hoortoestellen onvoldoende? Dan kan een CI in beeld komen. Het gaat daarbij niet alleen om de resultaten van een gehoortest, maar ook om de ontwikkeling en dagelijkse praktijk.

Een kind dat geluid kan horen, maar gesprekken nauwelijks kan volgen, kan immers een andere ondersteuningsbehoefte hebben dan een kind dat met hoortoestellen goed kan communiceren.

Waarom is de leeftijd van een kind belangrijk?

Bij kinderen speelt tijd een belangrijke rol. De eerste levensjaren zijn belangrijk voor de ontwikkeling van de hersenen en het leren verwerken van geluid. Horen speelt daarbij een grote rol, zeker wanneer een kind gesproken taal leert.

Wanneer een kind ernstig gehoorverlies heeft en met hoortoestellen onvoldoende toegang krijgt tot spraak, kan een CI daarom al op jonge leeftijd worden overwogen.

Dat betekent niet dat ieder kind zo snel mogelijk een cochleair implantaat krijgt. Een zorgvuldige beoordeling blijft noodzakelijk. Wel kan vroegtijdige behandeling belangrijk zijn wanneer het gehoor de ontwikkeling van spraak en taal belemmert.

Hoe wordt bepaald of een CI geschikt is?

Voordat een kind een cochleair implantaat krijgt, volgt een uitgebreid traject. Verschillende specialisten bekijken samen de situatie van het kind.

Er wordt onder andere gekeken naar:

  • het soort en de ernst van het gehoorverlies
  • de resultaten met hoortoestellen
  • de ontwikkeling van spraak en taal
  • de algemene ontwikkeling van het kind
  • de conditie en anatomie van het binnenoor
  • de werking van de gehoorzenuw
  • de verwachtingen van het kind en de ouders

Ook wordt besproken wat een CI wel en niet kan betekenen. Een cochleair implantaat zorgt namelijk niet voor een normaal gehoor. Het kind moet leren om de nieuwe geluidsinformatie te herkennen en te begrijpen.

Krijgt een kind altijd aan beide oren een CI?

Nee. Een kind kan een cochleair implantaat aan één oor krijgen en aan het andere oor een hoortoestel blijven gebruiken. Dit noemen we bimodaal horen.

In andere situaties kan een CI aan beide oren worden overwogen. Welke keuze wordt gemaakt, hangt af van het gehoorverlies en de individuele situatie.

Het doel is steeds om het kind zo goed mogelijk toegang te geven tot geluid en communicatie. Daarvoor hoeft niet ieder kind dezelfde hooroplossing te krijgen.

Wat gebeurt er na de implantatie?

Een cochleair implantaat wordt operatief geplaatst. Na de operatie begint het kind echter niet ineens probleemloos te horen.

Het uitwendige deel van het CI wordt op een later moment geactiveerd en afgesteld. De geluiden die het kind vervolgens hoort, kunnen in het begin vreemd of onbekend klinken. De hersenen moeten leren wat deze nieuwe signalen betekenen.

Daarom volgt na de implantatie een periode van begeleiding en revalidatie. Het kind leert stap voor stap om geluiden te herkennen, spraak te verstaan en de nieuwe manier van horen steeds beter te gebruiken.

Ook ouders en andere mensen rondom het kind spelen hierin een belangrijke rol.

Een CI is een individuele keuze

Wanneer een kind een cochleair implantaat krijgt, is afhankelijk van veel factoren. Er bestaat geen eenvoudige grens waarbij ieder kind met een bepaald gehoorverlies automatisch een CI krijgt.

Wij vinden het belangrijk om daarbij niet alleen naar een audiogram te kijken. Het gaat uiteindelijk om de vraag hoeveel toegang een kind heeft tot geluid en communicatie en welke ondersteuning daarvoor nodig is.

Een cochleair implantaat kan voor een kind met ernstig gehoorverlies een belangrijke hooroplossing zijn wanneer hoortoestellen onvoldoende resultaat geven. De keuze wordt altijd zorgvuldig gemaakt door een gespecialiseerd team, samen met het kind en de ouders.

author-sign